De eerste melding dateert uit 1312.
Tijdens het beleg van ‘s-Hertogenbosch – in 1601, 1602 en 1603 – vorderde Prins Maurits het Huys te Mauderick van de toenmalige eigenaar Arndt Heym.

Kaart uit 1603 over het beleg door Maurits. Te zien is dat er zich tussen het Heijmanshuis en Out Herlaer een schipbrug bevond. Ook zijn op de kaart de St. Pieter, Spreeuwenburgh, de Lambertuskerk en bovenin het Kartuizer klooster te zien.
Arndts opvolger en zoon Hendrik Heym overkwam hetzelfde: tijdens het beleg van 1629, dat vier maanden duurde, streek Maurits’ halfbroer Frederik Hendrik er neer, samen met zijn secretaris Constantijn Huygens (Huygens schreef toen het onderstaande gedicht (vertaald uit het Frans door pien Storm van Leeuwen.
Mijn broer, mocht je denken dat ik me hier verveel,
Kijk dan maar eens of iets aan mijn vertier kan tippen.
Ik hoor perfect het bulderend geschut,
Wanneer de nachtegaal dat niet belet.
Mijn kamer, aan drie kanten elk twee vensters,
Kijkt westwaarts op het puik van onze mensen,
Noordwaarts op tuin, stad en rivieren,
Zuidwaartsโฆ. kampementen evenveel als regimenten.
Ik ontwaar ‘s-Hertogenbosch, dat heden dommelt,
Hoewel zij ons van ver gezien welhaast te baden lijkt:
Maar dan te midden van het bos van een edelman,
Dat niets dan lusthof is en bloementuin en bongerd.
Als kou me hindert, weet mij van eik tweevoudig vuur –
Waarvoor ik enkel soms wat hoef te laten halen –
Stellig en snel verlichting te verwerven van de nood
Waaraan ik elders mij weleens zag sterven.
Als hitte overdag de lucht dusdanig drukkend maakt
Dat het al bijna lijkt of zomer naar hier spoedt,
Vind ik zoveel beschutting op drie pas van de poort,
Dat het mij het Voorhout welhaast vergeten doet.

Frederik Hendrik merkte aan den lijve dat het kasteel geen verdedigingsmuren had: het verhaal gaat dat een kanonskogel naar binnen vloog en zijn diner aan gort schoot. De prins kreeg toen pannenkoeken voorgeschoteld, maar nam daar geen genoegen mee: hij deed zijn beklag bij de gouverneur van de stad ‘s-Hertogenbosch, Anthonie Schetz, baron van Grobbendonck. Er werd een nieuwe maaltijd bezorgd namens Van Grobbendonck. Bovendien werd afgesproken dat er tijdens de maaltijd geen kanonskogels meer afgevuurd zouden worden. Of dit verhaal echt gebeurd is wordt betrijfeld
In dagboek 1629 staat “Er wordt verteld dat gisteren (donderdag 3 mei 1629) de Prins verdreven werd door het Bossche geschut en dat zijn eten niet meer te eten was”. Sommigen vertellen dat hij pannekoeken at en dat hij klaagde over de verstoring van zijn maaltijd bij de gouverneur. Die liet daarna een pannenkoek met het dubbele aantal eieren bakken die bedorven waren en deed dat de Prins toekomen.
Officieel was hiervan niets bekend op het stadhuis en de schrijver van het dagboek denkt dan ook dat het waarschijnlijk nooit gebeurd is. (zie Dagboek 1629 5 mei).

Kasteel Maurick vervulde in die tijd een belangrijke rol: vele vorsten en hoge edelen uit Europa bezochten Frederik Hendrik en op 14 september 1629 was het zelfs even het middelpunt van Europa: het capitulatieverdrag met de Spanjaarden werd er getekend.
De geschiedenis.
Begin twaalfde eeuw werpen de bewoners een kunstmatige heuvel op waarop een houten woontoren wordt gebouwd. De burcht biedt bescherming tegen het water en tegen plundering. De locatie zal het achtvormig eiland zijn geweest op de onderstaande foto.

Bij zo’n motteburcht gingen mensen wonen, veilig binnen een houten omheining.

In 1312 wordt melding gemaakt van een huis in het gebied. De eigenaar is Jan van Lyscep. Daarna woonde er Catharina van Aelst die trouwde met Hendrik van Mauick. Daar komt de naam vandaan. In 1446 overstroomde de Dommel zodanig dat men besloot de pestdijk aan te leggen. Die dateert uit 1463. Vervolgens kocht Gossen Heyms het adelijk huis. De katholieke familie Heyms woonde er twee eeuwen.
Het poortgebouw stamt ook uit die tijd. Het is mogelijk gebouwd door bouwmeester Alard Duhamel. Hij was gehuwd met Gossen, de dochter van Goossen Heym. Duhamel is beroemd vanwege het gedraaide baldakijn in de St. Jan op de onderstaande afbeelding en het ingewikkelde dak van de Onze Lieve Vrouwe kapel in die kerk.


Het kasteel is lange tijd in bezit geweest van het geslacht Heym. Daarom wordt het ook wel aangeduid als โHeymhuisingheโ. Het familiewapen, een rode zespuntige ster op een zilveren veld, prijkt nog steeds op de voorgevel.
Op de binnenplaats bevindt zich tegen een muur de grafzerk van jonker Aert Heym, legeraanvoerder van de Bossche milities die in 1527 het stamslot van de Gelderse Maarten van Rossum verwoestten.

Ze lieten een kapel bouwen met gotische ramen en met een toren die hieronder te zien

Jan Beerstraten

Met AI is de bovenstaande afbeelding gemaakt van Maurick en Out Herlaer. Helaas ontbreekt de ophaalbrug voor Maurick.
Na het beleg van Frederik Hendrik in 1629 van ‘s-Hertogenbosch gingen alle belangrijke functies naar protestanten. De familie Heyms verkocht het kasteel daarom in 1681 aan de protestatse familie Beresteijn die er ook weer twee eeuwen woonden (tot 1884). Zij braken de kapel met de toren af en lieten alleen het onderste deel staan. De steunbeer en een gotisch raam zijn nu nog te zien.



Maurick door Hendrik Spilman? of door J.F. Christ.

Het wapen van de familie Berestijn is te zien op de gevel aan de binnenplaats. Het stelt een beer (een mannetjes)varken voor op een gouden achtergrond. Daarnaast is het wapen van Jacuelien Brouart te zien, de weduwe van de overleden Christiaan Beresteijn die in 1681 het kasteel kocht. Het is een gouden leeuw op een rode achtergrond.
De familie Beresteijn toverde het kasteel meer om in een landhuis en de muren werden wit gepleisterd.

1841 door J.F. Christ

Henri Knip Maurick met op de brug G. van Beresteijn.

Ook de commandant van de Pruisische troepen die in 1813 โs-Hertogenbosch vanuit Vught aanvielen, hield er enige tijd verblijf. Het hardstenen sluisje (1868) bij het kasteel speelde een belangrijke rol bij het inunderen van het aangrenzende gebied.

In 1884 werd het kasteel gekocht door van Lanschot. Ook hun wapen is te zien aan de zijkant van het gebouw achter de ingang. Het stelt drie bomen met ervoor een kleine burcht op een heuvel, bekroond met een helm.
Onderin de tekst โ`Exaltabor in Terraโ – โik zal op aarde verheven wordenโ
Kasteel Maurick is een sprekend voorbeeld van een zogenaamd โcoulissenkasteelโ: imposant van buiten, maar niet echt geschikt om aanvallen te weerstaan. De muren zijn nergens dikker dan 60 cm. Daarom is het beter te spreken van een adelijk woonhuis.
Het kasteel en het omliggende landgoed zijn grotendeels voor publiek vrij toegankelijk. Vanaf de binnenplaats hebt u zicht op Huize Muyserick, oorspronkelijk het jachthuis van kasteel Maurick, dat al in de vijftiende eeuw wordt vermeld. Het huidige huis dateert van het einde van de achttiende eeuw. Een van de bewoners was de joodse familie Philips, eigenaar van de Bossche sigarenfabriek โAntonioโ. De in de oorlog omgekomen dochter Fanny werd vanwege haar later gevonden brieven ook wel de โBossche Anne Frankโ genoemd. Het terrein van Huize Muyserick is voor publiek gesloten.

Het boswachtershuis is het voormalige huis van de boswachter (Aart Bosveld) en zijn gezin. Hij was destijds in dienst van de familie en naast zijn functie als boswachter deed hij ook tal van andere werkzaamheden voor de familie en het landgoed. De woning dateert uit de jaren 30 van de vorige eeuw. Qua opzet is het nagenoeg ongewijzigd gebleven, altijd met de twee โvleugelsโ en de voordeur in het midden.

Ten zuiden van kasteel Maurick ligt de grafkelder van de familie Van Beresteyn die van 1679 tot 1884 eigenaar was van het kasteel. In het mausoleum liggen acht leden van deze familie begraven. Boven de centrale, dichtgemetselde toegang prijkt nog het familiewapen.

In het mausoleum liggen begraven Jacob (VIII) van Beresteijn die burgemeester was van Vught en Maurick deels als gemeentehuis gebruikte. Zijn zoon en zijn eerste en tweede vrouw met hun helaas vroeg overleden dochters Catharina (10 jaar) en Maria (10 maanden) De laatste die wordt bijgezet is de kleinzoon Jacob, na zijn overlijden in 1898.

Het dijkhuis is niet benaderbaar voor wandelaars. Het werd vroeger bewoond door de familie Cornelis. Dit huis had tot 40 jaar geleden nog geen water- en gasaansluiting. De bewoners dronken nog water uit de putโฆ Na het vertrek van de familie Cornelis is het gerenoveerd en verhuurd geweest aan een aantal verschillende bewoners en het wordt op dit moment privรฉ gebruikt door de familie Houben.
In 1963 neemt de Vereniging van Wegenbouwers het kasteel over.
In 2007 gaat het naar het Monumentenfonds Brabant en in 2025 wordt het kasteel gekocht door de uitbaters Klaas van Leengoed en Niek Lieverlo. Zij expoiteren het kasteel als lunch en dinerrestaurant, als trouwlocatie en voor allerhande festiviteiten.
Tegenwoordig bevindt zich in een deel van het kasteel een restaurant.
In de tuin bevindt zich een prachtige witte regen. Schitterend om onder te trouwen.







